Onder die beklemming zie ik (juist) de mooie, pure dingen. Maar, hoe houd ik díe in stand?
Ik mag van geluk spreken: die slaan zich vanzelf op in mijn hoofd. Zonder het aan mij te vragen, dat dan weer wel.
Mooie, pure dingen raken mijn verwondering. Mijn verwondering spert mijn ogen wijd open, laat mijn lippen vervolgens ontspannen en zo wandelen de dingen via mijn mond mijn binnenshoofdse archief in. Aldaar is het een rommeltje en de dingen weten niet in welke kast ze zullen gaan liggen. Ik kan het ze ook niet vertellen, want ja, ze zijn immers op eigen houtje naar binnen gewandeld (en ik sta daar nog, verwonderd en wel).
Het gaat regelmatig zelfs zo ver, dat de boel uitpuilt. Sommige dingen vanuit bepaalde archiefkasten wellen er dan via mijn ogen weer uit, mijn mond gaat weer losjes openhangen, en hupla! Voor ik het in de gaten heb rollen de tranen - die onderweg over mijn wangen het door mij aanschouwde ding weerspiegelen (: in zich opslaan)- mijn mond in, om weer gevoed en wel in de archiefkast te verdwijnen.
Prachtige dingen, laat ze alsjeblieft blijven bestaan. Tranen zullen vloeien.
(Hieronder een gedicht van mij, jaren geleden geschreven, nog steeds van belang.)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten